Ne

Neon


Het edelgas neon is bijzonder inert, het is waarschijnlijk het minst reactief van alle elementen. De enig bekende verbinding met neon is een instabiel hydride (een verbinding met waterstof). Er zijn weinig toepassingen voor neon. Het is wel heel bekend als het gas waarmee je warm rood licht kunt maken in gasontladingslampen. Neon komt voor in de aardse atmosfeer en is het op vier na meest voorkomende element van het heelal.
Symbool Ne Protonen/elektronen 10
Groep 18 Isotopen 20Ne, 21Ne, 22Ne
Periode Elektronenconfiguratie [He] 2s2 2p6
Blok p Elektronegativiteit (Pauling)
Bij kamertemperatuur gas Atoomstraal 10-12m
Dichtheid 0.84 kg m-3 Relatieve atoommassa 20.179
Smeltpunt -248 oC
(25 K)
Soortelijke warmte 1030 J kg-1K-1
Kookpunt -246 oC
(27 K)
Warmtegeleidingscoëfficiënt 0.046 W m-1K-1

Reclameverlichting

Een overbekende toepassing van neon is de bekende gasontladingsbuis voor reclameverlichting. Bij een helderrode kleur is er inderdaad sprake van een neonlamp, buizen met andere kleuren zijn gevuld met andere gassen. In de lamp bevindt het gas zich onder lage druk tussen twee elektroden. De gasatomen raken daarbij in een 'aangeslagen toestand', dat wil zeggen dat hun elektronen naar een hoger energieniveau worden gebracht. Als de elektronen terugkeren naar hun meest stabiele toestand komt de opgenomen energie weer vrij in de vorm van licht. Ontwerpers van dergelijke lampen kunnen allerlei kleuren creëren door de combinatie van gassen. Zo geven buizen gevuld met neon en kwikdamp een warme korenbloemenblauwe kleur. Bij het gebruikt van geelachtig glas ontstaat een heldergroene kleur.

 

Elektronenflitser

Elektronenflitsers bevatten kleine gasontladingsbuizen met neon, krypton en/of xenon. Het levert wit licht op met een geschikte kleurtemperatuur. De toepassing van edelgassen zorgt ervoor dat de ladingdragers in de buis niet al te snel hun lading verliezen. Dit verhoogt de energieopbrengst van de lamp.

Spanningzoeker

Ook in spanningzoekers zit een klein gasontladingsbuisje met neon. Dit buisje licht op als er voldoende spanningsverschil is.

Koelvloeistof

Het koelvermogen van neon is ongeveer veertig keer grotger dan dat van helium. Daardoor is het, ondanks de hogere prijs, een relatief goedkoop koelmiddel.

Laser

Een gasmengsel van helium en neon is een geschikt medium voor het opwekken van laserlicht. De allereerste gaslaser (1960) was er mee gevuld en nog steeds is het gasmengsel populair bij laserfabrikanten. Het levert relatief goedkope lasers met licht van allerlei golflengtes. In het zichtbare spectrum gaat het om de kleuren groen, geel, oranje en rood.

 

De rode HeNe laser (golflengte 633 nm) kent de hoogste efficiëntie en deze wordt dan ook veel toegepast in industrie, wetenschap en onderwijs. Bij de aanleg van de Kanaaltunnel werd een HeNe laser gebruikt voor positiebepalingen.

Meer toepassingen


dragergas bij gaschromatografie (chemische analyse)

gasvulling in 

  • stroboscooplampen, 
  • analyseapparatuur voor elementaire deeltjes
  • starters voor fluorescentie (TL)buizen 
  • indicatorlampjes voor hoogspanningsdetectie

Naam

De naam neon is afgeleid van het Griekse woord neos, dat nieuw betekent.

Ontdekking

De Britse chemici William Ramsay (foto) en Morris W. Travers ontdekten neon in 1898 bij hun onderzoek naar de samenstelling van lucht, vrijwel gelijktijdig met de ontdekking van xenon en krypton. Ze karakteriseerden het met behulp van spectraalanalyse. Neon geeft een typische scharlakenrode kleur. 

 

Voorkomen

Neon komt vooral voor in de atmosfeer, met een aandeel van 0,0018%. Het is na stikstof, zuurstof, argon en kooldioxide het meest voorkomende atmosferische gas. In de aardkorst is naar schatting slechts 5.10-7 % neon te vinden, daarmee staat het ver onderaan (op plaats 73)  in de lijst van meest voorkomende elementen.

In het heelal is neon het op vier na meest voorkomende element (na waterstof, helium, zuurstof en koolstof).

 

Winning

Neon wordt gewonnen uit de atmosfeer; het is een bijproduct van de winning van vloeibare zuurstof en stikstof uit lucht.

Vroeger

De ontdekkers  William Ramsay en Morris W. Travers isoleerden neon in 1898 door gefractioneerde destillatie van vloeibare lucht.

Tegenwoordig

Nog steeds dient lucht als bron voor neon, het is een bijproduct van de winning van vloeibare zuurstof en stikstof.

Deel dit op: